Namibië

 

II.Namibië.    

 

Link naar: Geschiedenis van Namibië

 

Dinsdag 15juli.

Vandaag hebben we 600 km voor de boeg, doel: het illustere hotel Seeheim in het zuiden van Namibië.

 

Eerst bezoeken we echter de Fishriver Canyon. Dit is één van de diepste en spectaculairste canyons op deze aarde, tot 550 m diep en 160 km lang!

De rivier slingert zich door het diep uitgesleten ravijn: een magnifiek gezicht. We maken een wandeling boven langs de rand en genieten zo van het adembenemende panorama.

 

Seeheim is een heel kleine nederzetting, een station met daarbij het hotel Seeheim. Het ligt er prachtig, in the middle of nowhere! De hoteleigenaresse verwelkomt ons met haar papegaai op de schouder. We worden ook uitgenodigd om in haar werkplaats te kijken waar ze de jachttrofeeën prepareert en niet alleen kleintjes maar ook de koppen van de elandantilopen! Een bijzondere vrouw! De maaltijd is ook weer aangepast natuurlijk: springboksoep en daarna spiesbokvlees!

 

Woensdag 16juli.

Het wordt weer een mooie afwisselende reisdag. De ene keer vlak, dan weer bergachtig, maar steeds typisch Namibisch: grote vlaktes, gortdroge weilanden en toch alles voor de hier gebruikelijke extensieve veehouderij of wildkfokbedrijven.

We rijden verder door een prachtig bergachtig gebied waar boeren ook hier niks mee kunnen (Naukluft N.P.).

 

Onderweg tijdens de lunch ontdek ik onder een nest van wevervogels (links in de boom) verscheidene wespennestjes met vervaarlijk uitziende langwerpige wespen erop. ze hebben echter geen enkele interesse in mij.

 

 

Bij Sossusvlei komen we te overnachten in de lodge Weltevrede, prachtig middenin de natuur gelegen met een prachtig uitzicht over de vlakte. Een kleine drinkpoel is voor ons verblijf aangelegd, mét verlichting zodat ook 's nachts evt. beesten gespot kunnen worden vanaf de veranda van elke kamer.

 

Donderdag 17 juli.

De Sossusvlei in. Om 6.00 uur, ver voor zonsopgang, rijden we weg zodat we dat fenomeen ook bij de zandduinen kunnen zien; eerder mogen we trouwens ook het park niet in. We kijken even bij het vermaarde Dune 45 waar veel mensen 150 m naar boven geklommen zijn om de zon te zien opkomen.

De Sossusvlei ligt tussen magnifieke rijen van rode duinen die aan weerskanten van van de weg tot soms 200 m oprijzen. Dit is prachtig te zien bij ver uitzoomen op een interactieve kaart . Dune 45 is er hier één van en ligt op 45 km vanaf Sesriem, aan het begin van dal. Aan het eind liggen verschillende valleien, bv. de Hidden Vlei en de Ded Vlei.

 

Een deskundige gids, Boesman (een blanke op blote voeten), rijdt ons met 22 man op z'n 4WD Toyota-bakkie door het mulle zand verder naar de beroemde valleien. We krijgen uitleg over het water wat er zo één keer in de tien jaar is, de geschiedenis van de jagers die er eens rondliepen, hoe ze in tijd van overvloed wel 10 kg vlees konden verstouwen (Die pens is die veilige plek!).

 

De logica van de San-jagers hoe men omging met de groep in geval van hongersnood waarbij het leven op het spel stond is indrukwekkend: uitgangspunt was dat het geen zin had de zwaksten te sparen. Deze mee-eters zouden de ondergang van allen kunnen betekenen door de lagere verplaatsingssnelheid richting voedsel en een hoger voedselgebruik van de groep. Daarom werd eerst al eens een bejaarde in de dorre achtergelaten, dan een zwak kind en dan zelfs een vrouw! Belangrijk was dat de jagers, de voedselaanbrengers, in aantal en in conditie op peil bleven!

 

Hij vertelt over het wonderlijke landschap, over waar eens een kampement was, hij vindt daar kraaltjes, botsplintertjes en vuursteenflintjes. Hij vertelt over planten en dieren die bijna zonder water, alleen met de dauw, door het leven gaan. Maar hij memoreert ook het feit dat de kolonisator de San (of Bosjesmannen) eigenlijk niet als mensen zagen: er werden jachtpartijen op georganiseerd alsof het wild betrof!

 

 

Ded Vlei.

Op deze plek komt het water zo nu en dan nog maar wanneer we over een duin klimmen zien we de Ded Vlei voor ons, al 1000 jaar afgesloten van het water door deze zandwal. Het is een grote kom waarin nog de dode bomen staan, al 1000 jaar lang! 'n Schitterend panorama!

 

Op de terugweg gaan we nog de Sesriemkloof in, een bijzonder uitgeslepen rivierbedding in een soort keileem.

 

's Avonds op de veranda zien we in het donker (volle maan) op een gegeven moment 12 springbokjes en zelfs een paar vechtende mannetjes. Dus een drukte van belang bij de waterplaats!

 

Vrijdag 18 juli.

Reisdag naar Swakopmund door typisch Namibisch landschap, ruim, veel niks!

Maar eerst stoppen we bij Solitaire, een "eenzame" plaats in de Namib desert, op een kruispunt van wegen. Een bekende plek, niet in het minst w.s. door de bars uitziende winkelier Moos. Ook is er ooit een shot voor de film "Bagdad Café" opgenomen. Voor Nederlanders is het belangrijk te weten dat de schrijver/Afrikareiziger Ton van der Lee hier neergestreken was om het westen te ontvluchten. Hij bleek te ongedurig te zijn en is nog steeds "op trek". Zijn boek "Solitaire" heeft hij wel hier gesitueerd met daarin de bewoners van hier in de hoofdrol!

 

Hier begon Van der Lee zijn Restaurant.

 

 

 

 

 

Solitaire

 

Het land wordt steeds troostelozer, praktisch zonder begroeiing, geen bedrijvigheid, geen wild. We gaan richting Walvisbaai aan de Atlantische Oceaan, de woestijn gaat hier zo over in zee!

Bij Walvisbaai wordt veel zeezout gewonnen, met vrachtwagens vol wordt het afgevoerd alsof het zandafgraving is. In de baai is hier een flamingokolonie te vinden maar nogal op afstand. Voor de meesten niet erg spectaculair want om ze wat dichterbij te kunnen bekijken krijg je vieze poten van het slik waar je dan door moet!

 

 

Swakopmund, typisch Duitse stad vanwege het Duitse koloniaal verladen. Dit zal ook de reden zijn dat zoveel Duitse toeristen te vinden zijn. 's Avonds eten we in de stad, "sprechen Deutsch und trinken großes Bier!". Er wordt echter ook veel Afrikaans gesproken wat weer een gevolg is van het feit dat Namibië van 1920 tot 1990 onder toezicht heeft gestaan van Zuid-Afrika op verzoek van de Volkenbond.

 

Zaterdag 19 juli.

We zullen de Living Desert Tour meemaken. Hoewel we natuurlijk Boesman al meegemaakt hebben is dit toch weer anders. De gids vertelt van alles over de woestijn, de dieren, de planten en weet daar veel anekdotes bij bv.:

Hoe weinig het regende: Toen het een keer regende rende de kleine Johann naar zijn moeder: Mamma, was kommt da draussen nach unten? Die Mamma: weiss nich, frag doch die Oma!

 

Onderweg zien we verschillende kameleons (4 stuks). Bij de eerste vertoont de gids wat kunstjes, vangt 'm, zet 'm op de arm van de liefhebbers waarbij het dier geen enkele moeite doet om te vluchten en zelfs een aangeboden torretje met z'n roltong "slaat"!

We zien ook hagedissen die geweldig hard kunnen rennen en dan weer onder het zand verdwijnen, een sidewinder snake  die ook onder het zand kruipt maar met zijn oogjes boven op z'n kop nog net z'n prooi kan zien aankomen.

Één merkwaardig beest nog: de skink, een altijd onder de zandoppervlakte, pootloze en blinde hagedis. De mannetjes en vrouwtjes vinden elkaar door de bewegingstrillingen die ze door het kwartszand voelen! Heel bijzonder!

 

Side Winder Adder

Kameleon

Tot slot wordt er met de oude 4WD Landrovers nog even spectaculair gecrost door de duinen met soms angstaanjagend  steile afdalingen! Een zeer geslaagde tocht!

Zondag 20 juli.

We kunnen pas om 10.00 u bij Cape Cross, de pelsrobbenkolonie terecht i.v.m. eventuele regulerende maatregelen (dit is jagen om de populatie én de bonthandel in stand te houden!). Om 9.00 u dus vertrek.

Bij Cape Cross is in 1484 de Portugees Diogo Cão als eerste Europeaan aan land gegaan die hier dan ook meteen een kruis heeft opgericht, enkele jaren later nog weer gevolgd door Bartholomeus Diaz, óók met een kruis.

 

Nu is het ook vooral bekend om de grote kolonie van 80 á 100.000 pelsrobben. Het blaat als een immense kudde schapen, het stinkt en toch is het heel indrukwekkend te zien hoe al deze dieren hier liggen, zonnen, zogen, in het water spelen en vissen!

 

 

Na de lunch rijden we richting Twyfelfontein, beroemd om z'n rotsgravures. Deze vindplaats van 2500 afbeeldingen staat inmiddels op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. De San hebben deze tekeningen in de rotsen uitgekrast vanaf ± 600 v. Chr. tot ± 1800 (schatting). Er zijn veel dieren uitgebeeld met hand of voet als een soort handtekening. Een heel gedegen onderzoek vond vanaf 2000 plaats door de Bradshawfoundation: Bradshawfoundation-Twyfelfontein die tot de conclusie kwam dat er 10.000 jaar geleden al afbeeldingen ingekerfd werden.

 

 

 

 

 

Onderweg zagen we al grote "bolussen" op de weg liggen met grote ronde voetsporen. Ik durfde het woord "olifant" bijna niet in de mond nemen maar toch: in het park ontdekte de gids in de verte een aantal olifanten, zeer waarschijnlijk de zeldzame woestijnolifant die hier voorkomt!

 

Foto: geleend van Hans.

 

 

Maandag 21 juli.

Voor we richting Etosha gaan nog twee andere doelen: het "versteende woud". Hier liggen boomstammen die geheel versteend zijn. Ze zijn miljoenen jaren geleden uit Midden-Afrika hier aangespoeld, ondergeslibd en toen volledig gemineraliseerd. Er liggen woudreuzen van meters doorsnee en tientallen meters lengte!

Er staat ook de welwietschia, de tweeblaarkanniedoodnie, een tweebladige plant die aan de meest extreme omstandigheden is aangepast: hij groeit zeer langzaam, komt pas na 25 jaar boven de grond, verbruikt nauwelijks water (dauw) en wordt zeer oud, de oudst bekende is 1500 jaar! En heeft inderdaad maar twee bladeren van enkele meters lang!

 

Versteende boomstam.

 

Himbavrouwen  

 

Op het programma staat ook nog een bezoek aan een Himbadorp. Robert staat daar wat sceptisch tegenover, het wordt zo gauw aapjes kijken. We worden verwelkomd bij de Gelbingenfarm in Kamanjab waar Andrea de scepter zwaait. In het introductieverhaal legt ze uit dat haar schoonvader in 1993 een bevriende himbachief toestemming had gegeven z'n kamp hier bij de farm op te slaan. Het was een kleine groep die het blijkbaar erg moeilijk had, er zouden niet of nauwelijks mannen zijn. Maar de oplossing lag voor de hand: deze mensen konden dan sieraden maken die ze aan toeristen konden verkopen. Dit geld was dan voor iets extra's te besteden. We betalen een entree en dan mogen we het dorp in.

 

Het komt allemaal wat vreemd over: het is duidelijk een vrouwendorp, wel veel kinderen (waar en wanneer de mannen er zijn wordt niet helder. Andrea: de mannen zijn eigenlijk ook overbodig, de vrouwen deden toch al al het werk!), er lopen wat geiten, er wordt gekarnd en wat met modder aan een stoep geknutseld. Wij mogen rondlopen en vrij foto's maken. Dan is er een fluitcommando va Andrea en gelijk komen alle vrouwen met hun handelswaar voor hun hutten zitten. Ze legt uit dat er niet gehandeld moet worden want deze mensen kunnen nauwelijks rekenen, wat ze nu kunnen heeft zíj hun geleerd! Ook mag je niet meer geven want het meerdere wordt niet als verdienste gezien en dus aangewend voor drank en snoep! Andrea heeft de wind er goed onder!

Het wordt me niet duidelijk in hoeverre de kinderen naar school gaan (en dus Engels leren) nu in ieder geval niet. Het geeft mij een heel dubbel gevoel: misschien hebben de mensen het wat beter en gemakkelijker maar ze leven eigenlijk niet hun eigen leven, ik kan me niet aan de indruk onttrekken (ondanks ook goede bedoelingen) er in zekere zin sprake is van exploitatie en het bewust tegenhouden van ontwikkelingen. Ik heb gezegd!

 

We zien ook natuur, ook dubbel want het is allemaal boerengrond, extensieve, enorme veebedrijven van tienduizenden ha's. Toch zien we ook enkele malen giraffes, wrattenzwijnen en zelfs een nijlvaraan.

Voorbij Outjo komen we in de kleine lodge van Danie en Elsie: "Vreugde". Zie: Vreugde Ze hebben mooie huisjes voor in totaal 18 personen, eigenlijk is het een soort luxe boerenherberg. We worden zeer gastvrij en persoonlijk ontvangen.

 

 
 

Danie boert nog wat erbij: 100 stuks vleesvee en 150 schapen. Ze houden hier 1 koe op 18 ha per schaap is 6 ha nodig. Eens had het bedrijf 500 runderen, het minimum om van te leven. Dat betekent een bedrijf van 10.000 ha!

Het diner op "Vreugde" is een feest! Elsie met haar personeel brengt een aantal ovengerechten op tafel waar je U tegen zegt! Héérlijk!

 

Dinsdag 22 juli.

Vandaag al om 6.00 u vertrokken voor de dagtrip door het Etoshapark. Etosha is een enorm natuurpark (23.000 km²) met daarin een zoutpan van 5000 km². Ondanks de sneltreinvaart waarmee we een deel van park doorkruisten hebben we toch heel wat wild gezien. Heel veel springbokken en zebra's, maar ook giraffes, impala's, hartebeesten, enkele kudu's, wrattenzwijnen en jakhalzen en natuurlijk ook het kleinere grut zoals stokstaartjes en mangoesten. Een varaan, coribustards en 2 zwaar vermoeide leeuwen kwamen ook voorbij.

 

 

Op afstand zagen we al wat olifanten maar het hoogtepunt is de waterhole bij Halali: 11 van deze giganten met daarbij nog 3 kleine kalfjes! Van heel dichtbij konden we ze rustig in hun doen en laten bewonderen. Prachtig!

 

Na zo'n vermoeiende dag is de maaltijd op "Vreugde" weer een vreugde, wat een prettig verblijf!  

 

Woensdag 23 juli.

Afscheid van Elsie en Danie. Ik zou nog graag langer gebleven zijn!

Weer een lange reisdag naar Rundu: 600 km. Eerst een wat eentonig, eenzelfde landschap met zo hier en daar een veebedrijf. Op zeker moment passeren we de "Red Line," een veterinair grenshek om ziekten als veepest tegen houden. Het is echter meteen een grens tussen culturen: waren het net nog de blanke boeren met de grote veebedrijven met weinig mensen, nu gaat het onmiddellijk over in een Afrikaans tafereel van kleinschalige landbouw en veeteelt, veel mensen, handel langs de weg van kalebassen, aarde- en houtsnijwerk.

 

De "Red Line" is dan ook niet zo maar een lijn maar heeft een oudere, belangrijkere voorgeschiedenis. Toen Namibië in 1884 officieel ingelijfd werd bij het "Deutsches Reich"  kwamen in eerste instantie gelukzoekers, ontdekkingsreizigers, missionarissen e.d. erop af. De volgende stap echter werd gekenmerkt door een versterking van de bestuurlijke en militaire machten van het koloniale Duitse gezag met als grootste bedreiging voor de inheemse bevolking het bezetten van hun land door kolonisten. Het verzet van de bevolking werd bloedig gebroken met machinegeweren, opsluiting in concentratiekampen (ja, ook daar al!), verdrijving de Kalahari in waar de meesten vervolgens omkomen. Van de Herero b.v. wordt geschat dat 90% is omgekomen in die periode. Niet voor niets wordt hier wel over de eerste genocide gesproken!

 

Dit koloniseren werd echter in het noorden begrensd door een lijn met een rood potlood getekend: de "Red Line". Hierboven dus geen kolonisten maar inheemse bevolking met (ook nu nog) hun traditionele leefwijze en landbouw. Dat houdt ook in dat hier de bevolkingsdichtheid veel groter is en dat er nauwelijks blanken wonen. Dit werd nog weer versterkt door het aanwijzen als thuisland door Zuid-Afrika tijdens hun bezetting.

 

Dit Afrika is bij velen van de groep nog onbekend en helaas zullen we omwille van de tijd er ook eigenlijk niet nader kennis mee maken. We komen tenslotte voorbij Rundu aan in een lodge met mooie huisjes en fraai gelegen aan de Okavangorivier, met aan de andere kant Angola.

 

 

Diaseries:

1. Zuid-Namibië 

2. Swakopmund e.o. 

5. Etosha 

 

Verder naar:  III. Botswana

 

Terug naar: Menu

 

Terug naar:  Inhoud Reisbelevenissen.

 

 

 

Gastenboek