Zonsopgang

 

 

Namibië 2.

 

 Maandag 3 juli.

Opbreken en naar de rotstekeningen die hier in de buurt te zien zijn. Meer dan zesduizend jaar geleden werden door de San (de Bosjesmannen) de eerste afbeeldingen al uitgekrast in de zachte steen. Slechts één tafereel is echt getekend met oker: enkele menselijke figuren. Omdat t beschermd zit onder een overhangende rots is t nog steeds niet weggeërodeerd. De andere figuren zijn voornamelijk dierfiguren, ingekerfd in steen. Al met al een imposante verzameling van giraffes, gnoes, zebras, olifanten, enz. maar ook twee zeeleeuwen zo ver van de zee en een paar mensenvoeten! Heel mooi om te zien!

Er is veel wind, veel stof in de truck, soms ontaardend in een echte zandstorm waarbij Bruce zelfs even stopt!

We zouden n bushcamp hebben bij de Brandberg maar vanwege de harde wind en omdat t een erg zanderige plek is wordt een andere oplossing gezocht en wel in de vorm van n guesthouse in t plaatsje Uis, n mijnstadje met n verlaten tinmijn maar wel n guesthouse als herinnering aan de Zuid-Afrikaanse bemoeienissen. De mijn is al tien jaar dicht maar er liggen enorme bergen puin e.d. Wel apart trouwens om samen in één guesthouse te zitten i.p.v. n bushcamp. s Nachts wakkert de storm nog behoorlijk aan zodat ook de twijfelaars geen spijt van het besluit meer hebben!

Dinsdag 4 juli.

Voordat we naar Swakopmund gaan bezoeken we eerst nog Cape Cross. Er is hier een enorme zeeleeuwenkolonie. Het schijnt dat er in 1993 250.000 waren; in 94 gedecimeerd tot 25.000 door de zogenaamde "red tide", een ingewikkelde fenomeen dat in n cyclus van dertig jaar terugkeert. Door een samenloop van factoren is er veel minder vis of veel verder van de kust zodat eerst de jongen maar ook veel van de oude dieren verhongeren. Het enorm grote aantal kan alleen maar bestaan bij de gratie van een overvloed aan voedsel. De populatie begint nu weer aardig op peil te geraken.

Het is n overweldigend gezicht, zoveel dieren werkelijk op n kluitje bij elkaar. Veel zijn in de zee, op de golven, veel liggen ook op t strand en de rotsen te zonnen. Schitterend!

Het doet even denken, als je de duizenden lijven ziet en het kabaal hoort, aan Zandvoort aan zee op n mooie zomerdag!

Dan naar Swakopmund. In deze tijd van het jaar (winter) verwacht men daar wind van zee, hetgeen betekent: mist en koud (12 á 15 oC) als gevolg van het koude zeewater. Wij hebben echter veel geluk: landwind uit de woestijn, superdroog, + 30 oC! Op de koop toe nemen we dan zo nu en dan een zandstorm tijdens de rit ernaar toe.

Het is n erg Duits stadje, er wordt veel Afrikaans gesproken, maar de stad op zich is typisch Duits: de hoofdstraat heet "Kaiser Wilhelmstrasse" en de straat er haaks op is de "Moltkestrasse".

Er wordt echter wel echt Afrikaans geserveerd. In t restaurant staat op de kaart o.a. giraffenekjepotjie, zebra-kudu-impala-schotel, struisvogelsteak (voor mij) en n trackerstarter met biltong. Ook deinst men zelfs niet terug voor "olifantenslurf"!

Het blijft waaien. We zitten lekker in huisjes in het stadje dus na het eten kan er nog even flink uitgegaan worden. Eerst n café: "Störtebeker", genoemd naar een Noord-duitse piraat, en daarna voor sommigen nog n dancing, 't is er allemaal!

 

Woensdag 5 juli.

In Swakopmund is t weer heel warm vandaag tot ineens om één uur een fris zuchtje wind van zee komt. Dit zal dan waarschijnlijk de omslag zijn. Overdag kijken Lucy en ik nog wat in het stadje rond. Het is verbazend on-Afrikaans, heel westers, moderne winkels in n winkelstraat zoals bij ons ook in een plattelandsstadje zijn te vinden! Er wordt Engels, Duits en onder elkaar (meest misschien) Afrikaans gesproken. In n muziekwinkel spreken we met de eigenaar in Afrikaans/Nederlands ever de situatie in zuidelijk Afrika. Het blijkt dat men zich wel degelijk bewust is van de toestand, van de dreiging, maar het als het ware op zich af laat komen. Men hoopt natuurlijk hier te kunnen blijven, maar voor iedereen is duidelijk dat niets zeker is op termijn, ondanks het feit dat deze man al de derde generatie hier vertegenwoordigt van zijn familie. We wandelen langs de fraaie zee terug naar het bungalowpark.

 

 

Donderdag 6 juli.

Vertrek uit Swakopmund. Het wordt erg laat, kwart voor tien, omdat de huisjes moeten worden gecontroleerd en er boodschappen moeten worden gedaan. We reizen naar Sesriem vandaag in het Naukluft National Park, om precies te zijn de Sossusvlei. De reis ernaartoe is overweldigend. Eerst langs de zee richting Walvisbaai en dan t binnenland in Het wordt daar erg droog, grote vlaktes met wat droog gras; struisvogels zien we zo nu en dan, soms zelfs met kuikens. Eén keer vier volwassen vogels met ongeveer vijfentwintig kuikens ertussen, n soort peutergroep, n heel fraai gezicht.

Dan weer n heel ander, veel woester, soort canyon-achtig landschap. Geen moment is t eentonig.

Voor sommigen in ons gezelschap wordt t echter langzamerhand teveel, n soort verzadiging: ze beginnen veel te slapen tijdens de tocht. De camping in Sesriem is n plaatje van n woestijncamping. Er staan op flinke afstand (vijftig tot honderd meter) van elkaar heel oude acacias waaromheen van muurtjes of houten paaltjes n cirkel is gemaakt van ongeveer vijfentwintig meter. Hierin is dan plaats voor een tiental tenten en dat betekent normaliter dat één zon kraal bedoeld is voor n familie of n groep.

s Avonds wordt er om n klein kampvuurtje gezeten al weer lekker gekeuveld, gegeten en gedronken maar ook weer vroeg naar bed want morgen is t weer vroeg dag.

Cape Cross

"Ontvlechten"

Kokerboom

Kokerboombloem

Woestijnbloem

Struisvogels 

 

 

 

 

Vrijdag 7 juli.

Om kwart over vijf gaan we al op weg, dieper de eigenlijke Sossusvlei in. Deze vallei

maakt deel uit van het Namib Naukluft Park, n enorm park met n totale oppervlakte van meer dan 50.000 km2. Bij "Dune 45" stoppen we. De "45" wil zeggen: vijfenveertig kilometer vanaf Sesriem (onze campsite). Dit duin van honderdvijftig meter hoog beklimmen we nog vóór zonsopgang. t Lijkt een peulenschilletje maar t is een fikse klim in t mulle zand. Het is echter de moeite meer dan waard! n Prachtig vergezicht, de zonnestralen schieten over de duinen en veroorzaken een rode gloed. Daarbij natuurlijk mijn prestatie: ik ben duidelijk de oudste van de groep mensen (+ 50) die boven op de richel zitten!

Beneden hebben Peter en Bruce n ontbijt klaargezet wat na zon klim dubbel lekker is.

Dan verder naar Sossusvlei, Deadvlei, Can-yonvlei en Oistrichvlei. Onze gids (n bosjesman) legt uit dat uit de bergen na regenval het water hiernaartoe stroomt, vroeger helemaal tot aan de zee; omdat n duinenrij de rivier nu afsluit verzamelt zich daarvóór het water dat langzaam in de bodem wegzakt. In het complex van vleien is dít wat in de Sossusvlei gebeurt. Aan het eind van de vlei stuiten we op n duinenrij waarachter zich de zogenaamde Deadvlei bevindt. Deze vlei is nog niet gevuld met zand maar laat de klei/kalkbodem van de rivier nog zien. De bomen hier staan al duizend jaar dood te zijn maar rotten niet weg door de droogte! In de Oistrichvlei stroomt soms nog wel wat water binnen en wordt zo genoemd naar de struisvogels die hier komen fourageren. Al met al n indrukwekkend schouwspel. Ik heb niet vermoed dat n woestijn ook n dergelijke gedaante kon hebben en dat terwijl het hier ter plekke nóóit regent!

De prachtige hoge duinen, de witte gebroken rivierbodem, de vleien met de dode bomen en de daarin oprukkende duinen: je wordt er stil van!

Maar de wind zorgt ook voor n stof- en zandstorm wat schuurt langs de benen en overal in gaat zitten en daarbij nog es verplicht tot zandhappen en snuiven! Maar we hebben 't over voor dit zoveelste en waarschijnlijk laatste hoogtepunt van de reis!

Zaterdag 8 juli.

Reisdag naar Windhoek. We gaan terug naar Solitaire, een plaatsje midden in de woestijn op een splitsing van wegen, overal ver vandaan. Het bestaat uit één boerderij annex uitspanning en tankstation (nú zónder brandstof!) en is dan ook heel geliefd bij reizigers, waarschijnlijk niet het minst om de heerlijke eigengemaakte "Beerentorte"!

Dan gaan we via steile wegen over n flink gebergte met prachtige vergezichten maar alles blijft dor en droog. Er groeien wat acacias en zo nu en dan wat gras wat nu ook wel verdroogd is.

In Windhoek rijden we door de township naar ons nachtverblijf. De township is hier niet zo groot en houdt men klein door de binnenkomende mensen al snel een kleine legale woning aan te bieden.

We overnachten op het terrein van een ontwikkelingsproject voor vrouwen, Penduka genaamd, in n soort eenvoudige ronde bungalows. Er werken momenteel vijfhonderd vrouwen in dit project op een groot aantal plaatsen in Namibië die een veelsoortig assortiment aan kunstnijverheidproducten maken. Deze zijn ook te koop in Nederland bij de Stichting Vrienden van Penduka. In Windhoek beheren ze naastdeze gastenverblijven, n restaurant met conferentiecentrum en een craftshop voor hun artikelen.

's Avonds is er dan de laatste gezamenlijke maaltijd van onze reis. n Leuke gelegenheid in Windhoek is daarvoor uitgekozen waar je half buiten maar wel onderdak zit. t Is blijkbaar erg geliefd want het is er hartstikke vol! t Is er goed eten, vooral weer veel soorten wild. Ik houd het weer eens op struis, nu als kebab, aan stokjes dus: het is en blijft heel smakelijk vlees!

Na de nodige bedankjes en het overhandigen van kaarten en het geven van tips aan Bruce en Peter is t slot daar. Morgen nog n poosje Windhoek en dan om zes uur s middags de terugreis.

We hebben een reis van vijfenvijftighonderd kilometer per truck achter de rug! Iedereen is vol lof. Toch worden er in een evaluerend en gezellig kringgesprek verschillende zaken als hoogtepunten naar voren gehaald: voor Liesbeth jr. zijn het bijvoorbeeld de zeeleeuwen, voor anderen weer het Chobepark met de zwemmende olifant, de vele nijlpaarden en de leeuwin met welpen, of het Etoshapark met het enorm vele wild, de grote verscheidenheid ook, de machtige kudde olifanten is het eigenlijk wel voor mij.

Niemand noemt direct de Okavangodelta. Vreemd eigenlijk want het was toch wel zeker een hoogtepunt maar waarschijnlijk

toch minder overweldigend dan verwacht. Het uitzicht was in de mokoro nogal beperkt: je blik bevond zich op ongeveer twintig á dertig centimeter boven t water en tussen t riet, t was erg rustig je zag weinig en je had grote kans op n natte kont! Toch was ook dit n heel aparte ervaring!

Ook de activiteiten zoals raften op de Zambesi, elephant-ride and sandboarden worden zeker genoemd als zijnde heftige belevenissen.

Iedereen kijkt terug op n geweldige reis. Niet- ervaren groepsreizigers als Pieternel en Liesbeth, niet-kampeerders als Jan en Anna en ook de iets meer ervaren mensen hebben bijzonder genoten en veel ervaringen opgedaan!

 

In één woord: KLASSE!

 

Nog rechtsreeks door naar de Diapresentatie

 

Dit was een reis van:

 

 

 

 

 

Terug naar: Namibië, dl. 1

Terug naar: Overzicht