Ethiopië, dl 3.

 

Maandag 29 dec. 97.

Vandaag op weg naar een ander hoogtepunt: het Simiengebergte. We rijden door schitterende berglandschappen, over een uitgestrekte hoogvlakte en dan inééns: een klapband! Ander wiel erop maar tis of de duvel er mee speelt: een uur later wéér een lekke band! Geen reserveband meer, dus: plakken! We maken van de nood een deugd en drogen hier dan de was verder, die we hadden laten doen in Gondar maar nog niet droog was.

In Debark pikken we de voor t nationale park verplichte gids op en een bewaker, compleet met karabijn. Deze blijven ons tot woensdag vergezellen.!

Mensen onder weg, op weg!

 

 

 

 

Nog meer mensen onderweg, nu de vrouwen.

 

Dinsdag 30 dec. 97.

Koude nacht, vorst aan de grond. Ook niet gek als je bedenkt dat we hier op 3100 m. hoogte liggen. Toen we hier gisteren naar toe reden zijn we vlak voor t kamp even gestopt om te genieten van de werkelijk adembenemende veelkleurige zonsondergang boven een prachtig, heel woest berglandschap! We maken een wandeling van drieëneenhalf uur over de bergrug langs diepe afgronden en weer prachtige vergezichten! In de verte zien we (horen we eerst) een groep bavianen. Er zijn veel roofvogels: arenden, gieren, de reusachtige lammergier. Maar t is wel een zware wandeling: ijle lucht en ook niet ieders conditie is passend bij dit werk! Op t eind van onze "lichte" tocht moeten we een smalle richel bedwingen maar dit wordt dan ook beloond met het mooiste uitzicht: een afgrond van wel twaalf- á vijftienhonderd meter diep met direct aan de andere kant een nog hoger oprijzende wand, een waterval die daar van heel hoog als een streepje water naar beneden komt, veel vogels die, gebruik makend van de thermiek in de kloof daarin omhoogcirkelen. Al met al een adembenemende ervaring. De helft van de groep waaronder ik haakt hier af en wandelt terug naar t kamp. 't Is goed geweest.

In t kamp terug is er al soep en vruchtenmix; we worden lekker verwend!

Alemanyo heeft een schaap gekocht van de hier alom aanwezige herders en deze wordt om drie uur aangevoerd en door mij persoonlijk levend gekeurd: een ram van ongeveer 6 maand, niet vet. Het slachten zelf gebeurt op rituele wijze maar toch op een wat wredere manier dan ik ken: de slachter begint te snijden bij sik, richting keel en snijdt de keel door waarna de nek gebroken wordt en men het dier laat uitbloeden. Het slachten gebeurt snel en vakkundig, niet geheel wat hygiënisch wel wenselijk zou zijn maar wel zonder enige bezoedeling; het vel, de onderpoten, de ingewanden en de kop worden door de herder/slachter meegenomen waarmee een onbehaaglijk gevoel bij een aantal mensen al weer is weggenomen! Geslacht blijkt hij ook goed gezond en zal dus worden opgegeten. Er wordt goulash van gemaakt. t Vlees wordt niet al te nauwkeurig van de botten gehaald en dat is een doorn in t oog van de kookspecialisten Gijs en Anton en ook anderen roepen al: "Oh, wat jammer!" en dus wordt de rest bewaard.

s Avonds zitten we weer koud te wezen onder een rokerig afdak, maar later in de zak is t als mummie toch weer heerlijk warm!

Gezichten in het Simiengebergte

Woensdag. 31 dec. 97.

Na twee nachten Simien mountains gaat de tocht weer verder. Kort na t vertrek zien we een grote groep (meer dan 100) Geladabavianen, typisch voor deze streek en alléén voorkomend in Ethiopië.

Eerst weer terug naar Debark om de gids en bewaker weer af te leveren en ook nog even over de markt te lopen. Hier koop ik een echt handgemaakt Ethiopisch overkleed. We hebben de verschillende stadia ervan gezien: katoen op de velden, het spinnen en het weven tot deze lange kleden. Ze zijn dan enkel maar meestal worden ze met vier banen aan elkaar gestikt aan één kant, uit elkaar geklapt zodat je feitelijk een dubbele doek hebt van tweemaal de breedte. Is 't nog duidelijk?

Dan volgt de Wolkefitt pas: 4200 m hoog, met gelijk daarna een spectaculaire afdaling van 2000 m over een smalle weg van steenslag! Niet iedereen is daar evengoed tegen bestand en Jeanne mag dan ook voorin zitten om de angst voor hoogte en diepte de baas te blijven. t Is niet een afdaling ineens maar t gaat steeds omhoog en omlaag, om bergen heen tot we uiteindelijk na een uur of vier dan toch op t lage niveau aankomen. 'n Fascinerende tocht!

 

Saskia heeft van huis (een dorp in 't zuiden van ons land) via een spontane inzamelingsactie o.a. kinderkleertjes meegekregen. Hier zitten de kinderen in de rij in afwachting van wat ze zullen krijgen.

 

Groter

's Avonds hebben we op een paradijselijk plekje camp gemaakt. Vlakbij een beek met koel water waar ik me weer eens heerlijk in gewassen heb: dat is destemeer belangrijk daar dit niet alle dagen mogelijk is en ook nauwelijks aan te kondigen is!

Anton en Gijs maken een heerlijke pot van de schapenkluiven met gebakken aardappelen! Dat is dus schransen!

Marcel heeft zelfs de tegenwoordigheid van geest gehad oliebollenmeel en gist mee te nemen voor deze oudejaarsavond. Toch komt de stemming er niet echt in. In dit land hebben ze pas op elf september nieuwjaar en de jaartelling is ook bijna acht jaar achter dus nu is t 1990! Kerstmis is op zeven januari, dus dat komt voor ons nog en werd ook door ons op de westerse datum overgeslagen.

n Gesprek met Gilbert: hij vertelt al tien jaar lang te reizen samen met zn vrouw! Hij kon op de universiteit van Brussel via een speciale regeling met vijftig jaar stoppen en kon ook daaraan voorafgaande nog twee sabbathsjaren opnemen. Voor mij een onbegrijpelijke regeling maar voor hem betekende het dat hij met achtenveertig jaar al uit het arbeidsproces was! Hij merkte al gauw dat t werk helemaal niet zo onmisbaar, zo belangrijk voor hem was als hij wel gedacht had en dat er nog veel meer op deze aarde te beleven valt!

 

 

Let op 't kruisje op z'n voorhoofd!

Donderdag. 1 jan. 98.

Iedereen wenst elkaar een gelukkig nieuwjaar (want op de kalender is t dat) en we gaan op weg naar Axum.

Onderweg zien we net als gisteren nogal wat restanten van de oorlog, kapotgeschoten legertrucks, n tank in n ravijn of langs de weg, nu in gebruik als klauterobject bij de jeugd.

Voor t overige is de rit weer schitterend. We komen nu op een hoogvlakte waar veel qat van nature staat of verbouwd wordt: t verschil is niet helemaal duidelijk. In Ethiopië wordt met name in t noordelijk deel veel qat gekauwd. Verder wordt t ook geteeld voor de export naar vooral Jemen.

En dan: wéér een lekke band! En twee kilometer verderop, in t dorpje Babaguna hoor ik: psssj, weer een lek! Het moreel daalt nu wel zeer ernstig.

Op een wandelingetje door t dorp zie ik ineens n kamelenkont en dichterbij ontwaar ik er nog een in een gebouwtje. Dit blijkt een oliemolen van zeer eenvoudige snit te zijn: in t midden staat een uitgehold stuk boomstam als een vijzel, waarin een zware knots, die wordt voortbewogen door de kameel, het oliehoudende zaad kapot wrijft. Op een vuurtje wordt dan uit de ontstane brij de olie geperst.

In t dorp natuurlijk weer t vervelend wordende "birr, birr" of "give me pen, Im student, pen mister". Hier hoor je niet meer zoals in t zuiden de aanspreektitel "father" of "sister" wat volgens mij te maken heeft met de (net als wij ook blanke) missionarissen in t animistische of "heidense" zuiden.

Joep krijgt de band toch geplakt en zo komen we dan toch om halfzeven in Axum aan. We krijgen een mooie plek bij een hotel op een soort bowl-baan: hard en vlak.

Pindaverkoopstertje

De volgende dag is voor Axum, we maken afspraken hiervoor, eten lekker makkelijk in t hotel en gaan na een pilsje toch nog vroeg op t matje.

 

Terug naar: Ethiopië dl 2

Verder naar: Ethiopië dl 4

Terug naar: Overzicht