Ethiopië dl. 4.

Van Axum via Lalibela weer naar Addis Abeba.

 

Terug naar: Ethiopië dl 3

Terug naar: Overzicht

Vrijdag. 2 jan. 98. Axum.

Omdat we hier twee nachten zijn blijft de tent staan en kan ik al vroeg de stad in. Eerst koop ik een hes met typisch Ethiopische motieven voor Ineke: volledig handwerk! Dan de post gepost: de kans is tamelijk groot dat t vanuit een dergelijk wat grotere stad wél overkomt in Nederland.

Axum is een belangwekkende religieuze stad voor de Ethiopische kerk omdat hier volgens de overlevering uiteindelijk de ark van het verbond is terechtgekomen. Hoewel niemand hem mag zien is de aanwezigheid bijna voelbaar, zeker in de omgeving van de kleine kerk waarin hij zich zou bevinden. Alleen de wachter, aangesteld voor t leven, heeft toegang in de kerk en tot de "tabot". Vreemd is dat op de vraag waar de ark zou zijn steevast een ontwijkend dan wel een ander nietszeggend antwoord wordt gegeven!

Bij en in de basiliek St. Maria van Sion.

Wel toegankelijk, althans voor mannen is de basiliek de heilige Maria van Sion. Eerst schiet me een jongen op krukken aan die me graag wil gidsen en ik gun hem dat ook graag. Maar wat blijkt: hij mag alleen buiten de kerk wat vertellen, voor binnen wordt door hem de sleutelbewaarder én een officiële gids gecharterd voor de som van zestig Birr. Het is echter een belevenis: een rondleiding van drie kwartier door twee personen voor mij alleen! Binnen weer prachtige schilderingen van de vele bijbelse of legendarische voorstellingen: de grens hiertussen is trouwens wazig.

Prachtige boeken zijn er ook: t boek met t verhaal van Mirjam (Maria) verbaast me. Het wordt "uit de doeken gedaan" en aan mij getoond, gewoon op een lessenaar ligt t daar, vierhonderd jaar oud, men bladert het door om voor mij de mooiste prenten te zoeken: prachtige illustraties alsof ze gisteren waren geschilderd! Buiten staan een paar geelgewade geestelijken bij een soort ijzeren kast, langzaam, eerbiedig doen ze t hangslot eraf en voorzichtig openen ze de deuren voor de ogen van de reiziger. Binnen staan een aantal kronen en andere tekenen van waardigheid te pronken die eens de hoge geestelijkheid gesierd hebben. Na een fooi voor een foto sluit ik de eenpersoonsexcursie af om snel langs de resten van de eerste kerk ter plekke (vierde eeuw) en de nieuwste kathedraal (1961) naar t hotel terug te gaan om aan t het gewone dagprogramma mee te doen.

Een drietal uit onze groep gaat eerst naar de dokter, Marja blijft ook met diarree rusten! De dis-hygiëne eist zo zn tol. Twee hebben ontstoken (opengekrabde) vlooienbeten. Zij blijken beiden een staphylococceninfectie te hebben die niet wil genezen, maar een antibioticum moet daar een eind aan maken. Een ander heeft bacteriële dysenterie en krijgt ook antibiotica en voelt zich gelijk al een stuk beter!

We bezoeken eerst t kleine archeologische museum met vondsten uit Axum. Dan blijkt ook pas hoe weinig archeologisch onderzoek is gedaan in Axum en omgeving. De rijke geschiedenis van deze stad is voor een belangrijk deel gebaseerd op overleveringen en legendes en zou door archeologisch onderzoek bevestigd dan wel ondergraven kunnen worden!

Een gids voert ons nu naar andere bezienswaardigheden. We zien de stèles en ook de voorbereidingen voor de terugkeer van de 23 m hoge stèle die door Mussolini naar Rome is gevoerd wat in mei a.s. zal gebeuren: een groots feit voor de Axumieten! (Achteraf blijkt dat de wens de vader van de gedachte is want drie jaar later is hij nog steeds niet terug!)

De paleisruïne van koning Kaleb zien we en ook wat volgens de legende het bad van de koningin van Scheba zou moeten zijn. We huren een taxi die ons naar de resten van het paleis van deze legendarische koningin brengt: zíj is t die samen met koning Salomo de voorouders zijn van een de vorstenrij tot en met keizer Haile Selassie die in 1974 door de communisten wordt afgezet.

Tegenover dit paleis bevindt zich een indrukwekkend veld stèles (520 stuks), meest liggend, enkele nog overeind!

Genoeg voor vandaag; nog naar huis gebeld: alles goed, gelukkig! Niet te vaak bellen trouwens, dat is een van de weinige activiteiten die wel duur zijn in dit land! 

Zaterdag 3 jan. 98.

Een reisdag weer es een keer. We gaan op weg naar Lalibela, de stad met de twaalf rotskerken. Het klooster van Debre Damo, zeer oud met veel manuscripten en je wordt er met een touw naar toe gehesen hebben we tot mijn verdriet moeten laten schieten; overigens wel met begrip: we kunnen hiermee weer een dag inlopen op t tijdverlies door de banden- en motorpech. Er is eerlijk over gestemd hoewel de mannen nauwelijks partij waren want de vrouwen hadden geen toegang tot dit klooster en stemden dus sowieso tegen!

Bushcamp (liever: toendracamp vanwege de koude, winderige, kale vlakte) boven op een bergtop vlakbij Mekele.s Nachts een beetje regen wat t geheel een nog meer deprisfeer geeft! Maar: alles zal anders lopen dan dat we nu nog kunnen bevroeden!

Zondag 4 jan. 98.

Weer een rijdag. Halverwege stopt Joep met de mededeling dat er iets rammelt: een borging van de vering is afgebroken en dat moet gerepareerd worden! Omdat de vracht niet zo zwaar is lukt t wel voorzichtig verder te rijden tot in Weldiya. We treffen daar een schitterend hotel: volgens die lieve Saskia hebben we dit wel verdiend na alle trammelant! Haar hele agenda wordt ook weer omgegooid: ze regelt een bus en Joep gaat met de truck door naar Addis en zal daar dan ook de volgende groep opvangen op t vliegveld terwijl Saskia met ons meereist.

Maandag 5 jan. 98.

Nu écht naar Lalibela. Vlak bij de stad maken we camp in de tuin van een luxe hotel. Er zijn daar nu wat toeristen in verband met Kerstmis maar dat valt nauwelijks op door de enorme toeloop van Ethiopische gelovigen. s Avonds gaan we gezellig uit eten in t LAL-hotel waar we tot onze verrassing vergast worden op zang en dans. Na wat aanmoedigingen van onze kant wordt Freek de held van de avond door met de zangeres/danseres op te treden: zij schudt de borsten en de bips en Freek tracht dat in t zweet zijns aanschijns te imiteren tot groot vermaak van vooral de lokalen (en van ons natuurlijk!).

Dinsdag 6 jan. 98.

Het is een luxe dat we hier drie nachten blijven staan, maar echt tot rust komen is er niet bij!

We hebben vandaag twee gidsen om de bijzondere kerken te gaan zien. Kerken volledig in de rots uitgehouwen, de meeste verticaal, een enorm werk! Een stelsel van gangen en holen verbindt de kerken onderling. Het vermoeden bestaat dat koning Lalibela gepoogd heeft hier een nabootsing van t heilige land neer te zetten getuige het smalle stroompje dat Jordaan heet met daarnaast op n zekere plek een kruis dat aangeeft waar Jezus door Johannes de Doper is gedoopt.

De voorbereidingen voor de Kerstnacht zijn in volle gang met allerlei ceremonies binnen en buiten: heel kleurrijk en feestelijk! Het is er echter voorál druk met pelgrims die de kerstnacht komen vieren!

Woensdag 7 jan. 98.

De hele nacht door zijn er vieringen met vrolijk gezang, toespraken, juichen op zn Ethiopisch ( d.i. met vibrerende stem op hoge toon klanken uitstoten). Dit alles is in het camp zó goed te horen dat ik niet echt een oog dicht doe! De volgende morgen om halfzes heb ik dan ook niet de moed overeind te komen niet wetende wat ik eigenlijk mis op dat moment! Ik verwacht namelijk (uit betrouwbare bron) dat er overdag ook nog vieringen zullen zijn. Om een uur of negen vertrekken we met gids naar de serie kerken waar t minder druk is, dus ook beter te bekijken. We zien een aantal geestelijken met in fraaie gewaden met prachtige kruisen die al terugkomen van de kerstviering dus het nu wordt tijd de richting van t Kerstfeest uit te gaan!

Kerstfeest Lalibela

O, maar dan, o tegenvaller! Veel ceremonies zijn al gedaan, de spullen worden alweer opgeruimd, veel pelgrims zijn al weg, hier en daar staat nog een grote trom, ligt nog een rol tapijt, in de kerken is hier en daar nog wat aan de gang. Bij de St. Georgiskerk bijvoorbeeld, een mooie kruisvormige kerk, helemaal in de grond (foto), zijn enkele priesters in de weer met water uit een zogenaamd heilig meertje, een klein poeltje in de rotsbodem naast de kerk!

Voor wat geld worden de gelovigen hiermee besprenkeld om zich zo tegen allerhande kwalen te behoeden of daarvan te genezen.

Wat griezeliger zijn hier de open graven: je ziet hier zo de "aardse reismantel" van de hier begraven geestelijken liggen!

Achteraf horen we van anderen dat bij zonsopgang de mooiste ceremonie plaatsvindt: de geestelijken lopen dan in schitterende, met goud geborduurde gewaden, met gouden en zilveren kruisen, vaak paraplus op over de rand van de kuil waarin de kerk staat en dat bij de eerste zonnestralen, een magnifieke aanblik moet dat inderdaad zijn!

Dan is er nog markt: alles is er te koop, van vee, honing in kalebassen, schoenen uit autoband, kruiden tot kruisen en geestelijke gewaden!

Markt Lalibela

 

Don. 8 jan. 98.

Reisdag richting Afarwoestijn.

We komen tegen de avond aan bij t Haykmeer bij t camp. Een schitterende vogelwereld is hier: maraboes die hier direct naast ons in de bomen nestelen, ibissen, pelikanen, enz.

 Op weg naar en gezicht op 't Haykmeer.

Vrij. 9 jan. 98.

Hier wordt ook nog gevist, staand op papyrusbootjes. Als we s morgens om zes uur opstaan zijn ze al weer op de terugweg!

Er wordt nu merkbaar richting woestijn gereden: eerst een heel bochtige weg over een bergrug en dan afdalen de vlakke woestijn in: heet en droog! We zien veel dromedarissen, enkele struisvogels, n dik-dik en heel veel parelhoenders. Ook wat Afarmensen zien we al. Dit is een nomadenvolk dat leeft van de schapen, geiten en handel in zout dat ze nog per karavaan transporteren! We maken camp in de woestijn, in the middle of nowhere, zomaar een eindje van de weg op een stuk grond wat vulkanische as blijkt te zijn waar je bijna geen tentharing in vast krijgt! Gelukkig waait t niet en blijven we ook zo wel staan!

Karavaan

Het is de route van Djibouti aan de Rode Zee naar Addis en hierover worden blijkbaar alle oliebrandstoffen aangevoerd voor Ethiopië. Een drukke weg dus!

We kunnen hier eens met de tent open slapen: we hebben gehoord dat t s nachts in de woestijn zo afkoelt; in andere woestijnen dan misschien maar hier blijft t gewoon knap warm! Verder is er geen mug of vlieg te bekennen, dus: los!

Zaterdag 10 jan. 98.

Reisdag naar t Awashpark.

Even na de middag komen we daar aan en krijgen naast de kaartjes weer een bewaker met kalashnikov tegen eventuele problemen met groot wild of andere struikrovers!

We rijden een eind langs een grote vulkaan die er erg rustig uitziet maar waar in de krater nog wel activiteit schijnt te zijn. Helaas komen we niet in de gelegenheid dat te aanschouwen.

Camp in t park, niet ver van warme bronnen. Een bad, daar heeft iedereen wel zin in! Het water ís warm, érg warm, bijna veertig graden zegt men! Er in is lekker, heel lekker, maar dan er uit: moe, héél moe, uitgeput, afgebrand, n echt gáár gevoel! De wandeling terug naar de tent is een kwelling, ik val bijna flauw en ben blij dat ik in de tent lig; maar ook dat is alleen een oplossing tegen de vele muggen, niet tegen de hitte: ook zon vijfendertig graden! Gelukkig ben ik niet de enige met deze problemen zodat ze geanalyseerd kunnen worden. De conclusie is dat t vooral met eten en drinken wel over zal gaan. t Klopt gedeeltelijk, de moeheid blijft voorlopig, nog war misselijk, wat meer diarree, s nachts praktisch niet geslapen, dus de dag erna wordt ook niet geweldig begonnen!

s Avonds hangen er steeds wat jonge herders rond; we proberen wat contact te maken en hoewel dat erg moeilijk is lukt dat uiteindelijk met behulp van de chauffeur, die Amhaars en een beetje Engels maar niet de plaatselijke taal en de bewaker die geen woord Engels maar wel Amhaars én de plaatselijke taal spreekt! Het lukt zelfs duidelijk te maken dat ik hun zeer traditionele mes, een soort geknikte grote dolk in een leren schede, heel mooi vind en ik proef uit één van hun reacties dat ze wel willen verkopen! We komen tot een deal en ik ben zo trots als een pauw met een prachtige herinnering rijker!

Het Nationale Park is zeer de moeite waard. Ook keizer Haile Selassie vond dit al en maakte er zijn favoriete jachtgebied van, 83.000 ha! De hete bronnen in de oase, die vlak bij ons camp een meertje vormen met daarin krokodillen, fungerend als drinkplaats voor andere dieren zoals grote groepen krijsende bavianen die over de rotsen klauterden.

s Nachts hoorde ik in de verte een ondefinieerbaar oergebrul: de bewaker meldde s morgens niet zonder trots (en daarmee ook zijn aanwezigheid bevestigend) dat hij een leeuw had horen brullen! Niemand had iets gehoord, dus ik ben de enige die een lééuw heeft horen brullen!

Zondag 11 jan. 98.

Op de terugweg uit t park zien we nog meer bavianen, wrattenzwijnen, enkele struisvogels en weer parelhoenders.

In feite is dit de laatste dag van de reis, terug naar Addis Abeba. s Avonds wordt bij een heerlijk diner afscheid genomen van Saskia die ons ondanks alle wijzigingen, problemen, vervoermiddelveranderingen veilig door Ethiopië loodste en hier weer afleverde.

Lekker, weer s een bed in t Debre Damohotel!

Maandag 12 jan. 98.

Vanavond om kwart voor twaalf zullen we vliegen dus we hebben nog een dagje tijd om Addis te "doen". Met negen mensen houden we een taxibusje aan en t toeval wil dat de chauffeur van t busje veel liever gids van zn stad bleek te zijn! n Programmaatje uitgestippeld: eerst t paleis van Haile Selassie waar we al bijna ruzie met de militairen krijgen want fotos maken is streng verboden! Dan de kerk met de graven van de koninklijke familie. Een onderdeel van de rondleiding op kousenvoeten is de grafkelder.

Hier is t lichaam van Haile Selassie na jaren ook terechtgekomen maar er is nog geen toestemming om hem op dezelfde wijze in een tombe bij te zetten zoals zijn familie. Dus wat doe je dan? Je zet m in zn kist in een vitrinekast in de hoek van t gewelf! Na de val van Menghistu in 1992 is t lijk van de keizer onder diens kantoor teruggevonden.

Een van de grootste markten van Afrika, de Mercato, wordt bezocht maar eigenlijk te kort om een goede indruk te krijgen van t hele winkeltjes- en marktgebeuren.

Helemaal tot slot nog een etentje in t Axum met een aantal mensen en dat is al om vier uur om de etenstijden wat aan te passen in verband met de vliegreis.

Om kwart voor twaalf in t vliegtuig in A.A. en om tien uur de volgende ochtend zijn we weer op Schiphol. Vooral van Addis tot Caïro is er veel turbulentie en vooral Jeanne, die naast me zit, breekt het angstzweet uit, ziet grauw van misselijkheid. Ik heb een ander probleem waardoor ik ook bijna geen oog dicht doe: een pijnlijke schouder, waarschijnlijk opgelopen toen er 'n autoband op m'n rug donderde terwijl ik Joep hielp met het wisselen van de reservebanden.

De reis verloopt verder voorspoedig; ik heb bij 'n heldere maanverlichte hemel 'n prachtig uitzicht over de laars van Italië in de glinsterende Middellandse Zee en de witbekapte toppen van de Alpen.

We maken al afspraken voor een reünie want dat wordt na zo'n reis vast een succes!

Dan wordt er afscheid genomen, snel gaat dat toch weer; ruim een maand op elkaars lip geleefd en dan na een paar minuten handen schudden en zoenen sta je weer met beide benen op de nuchtere Nederlandse bodem!

 

 

 

 

 Dick te Voortwis,

Gaanderen, maart 2002.

 

Terug naar: Ethiopië dl 3

Terug naar: Overzicht

 

 

Dit was een reis gemaakt met: