Mali dl 4

Mali dl 4.

 

Timboektoe

 en

 Djenné.

 

            

Timboektoe Dia's

Dán Timboektoe, de legendarische woestijnstad waarvan sommigen denken dat ie alleen in de Donald Duck bestaat! 

In de middeleeuwen een stad van grote betekenis, op een kruispunt van handelsroutes met een kanaal naar de Niger. Het is niet vreemd dat hier ook een belangrijk centrum van de islamitische traditie ontstond met o.a. een grote universiteit waar in de hoogtijdagen wel 25.000 studenten college volgden! Veel zichtbaars is er niet meer van over, maar toch ademt de stad geschiedenis uit. Zo zijn er nog oude moskeeën en oude bibliotheken.  de lemen stad moet ook onderhouden worden en dat valt duidelijk niet mee!

 

 

 

Archieven

Back to Timbuktu Libraries Homepage

 

 

 

De verschillende bibliotheken in Timboektoe herbergen naar schatting 700.000 manuscripten, allemaal handschriften, tot wel zeven á acht eeuwen oud, een onvoorstelbare hoeveelheid naar Europese begrippen! De meeste verkeren in een zeer deplorabele toestand en ook niet alle eigenaren zijn bereid aan vakkundig beheer mee te werken!

 

Timboektoe.

 

 

Prachtige exemplaren zijn er echter ook bij! Helaas zijn de bibliotheken nauwelijks voor buitenstaanders geopend; enkelen van onze groep hebben het geluk ergens met een Italiaanse club naar binnen te glippen, maar mij zal dat helaas niet vergund zijn!

 

 

De hotelkamers zijn niet naar ieders zin: na wat gemopper wordt geloot om de betere en mindere kamers: Hans en ik krijgen een wat betere (met wc en douche). Dat wil niet zeggen dat een ieder zich bij die uitslag neerlegt, vooral wanneer bekend wordt dat er nog betere kamers voldoende zijn, zij het voor een wat hogere prijs. Er wordt wéér wat stennis over gemaakt en uiteindelijk wordt er door enkelen bijbetaald voor een duurdere kamer. Jammer van de herrie; de meesten vinden gelukkig wel dat je in zo'n land en op zo'n reis dit soms kunt verwachten en dan ook moet acepteren! 

 

Zaterdag 17 jan.

Met vier mensen huren we een gids in die ons de stad doorleidt. Hij vertelt ons de geschiedenis van de stad en hoe gevaarlijk het was voor westerlingen om zich hierheen te wagen. Vanaf de achttiende eeuw trokken Europese ontdekkingsreizigers richting het legendarische Timboektoe waarvan men gehoord had maar waar nog nooit iemand geweest was. De meesten waren waren dan ook al dood voor ze de goudstad bereikt hadden. Pas in 1826 bereikte de Schot Laing de stad maar de Peul hadden het niet zo op christenen en vermoordden hem toen hij vertrok om de wereld verslag te doen. De eerste Europeaan die wel terugkeerde was de Fransman René Caillié in 1828 hoewel de stad toen al zijn grandeur al kwijt was en nog slechts 8000 inwoners telde. 

De volgende kwam pas in 1853 en bleef er 8 maanden: de Duitser Heinrich Barth. Hij was het die de eerste fraaie gedetailleerde beelden van de stad schetste en dan blijkt dat de stad daarna niet veel meer veranderd is!

 

 

Timbuktu

 

 

Plattegrond van de Djinguereber-moskee; 

let vooral op de vele kolommen!

 

We wandelen door de stad en zien moskeeën, mooie gebouwen, alles opgetrokken uit leem. De Sankoré-moskee annex universiteit is wel de bekendste. Deze is echter door westerlingen niet te bezoeken. In Timboektoe is wél de enige moskee van Mali die door niet-moslims bezocht mag worden, de Djinguereber-moskee, die ook de oudste is: 1327 is het bouwjaar. Bij de deur trekken we onze schoenen uit en dan is het even wennen aan het donker. Het is de moeite waard, een héél bijzonder bouwwerk, specifiek voor Mali; we zien vele van deze moskeeën onderweg maar verder blijft het gissen naar het interieur! Omdat het een lemen gebouw is, dus zwaar is maar niet erg sterk, moet er heel veel ondersteuning zijn: er zijn dan ook heel veel erg zware kolommen om het dak te dragen! Misschien wel dertig procent van het vloeroppervlak is met pilaren gevuld! Ook mogen we op het dak bij de minaret een kijkje nemen van waaruit we een aardig overzicht over Timboektoe hebben.

 

De gids vertelt nog wat legendes van de moskee zoals van de geheime deur: 

 

Een oplichter beloofde beterschap aan de imam maar niet verbeterde; de imam stuurde hem toen door de geheime deur naar buiten. Deze deur wordt wél onderhouden maar nóóit meer gebruikt: binnen hangt er een tapijt voor!

 

Ook schijnt er ooit een tweeling onder de minaret begraven te zijn. Voordien viel deze nog wel eens om maar nadat de tweeling er begraven is, is de toren voor áltijd blijven staan! Het is nu een soort bedevaartsplek: er worden gaven voor de tweeling in nissen gelegd!

Het is een rommelige stad, veel bewoners zijn weggetrokken; daarnaast vereist de lemen wél het nodige (jaarlijkse) onderhoud: door wind en wat regen erodeert het en dat moet jaarlijks hersteld worden. We zien dan ook regelmatig mannen met leem bezig. 

Waar ik normaal niet over schrijf is wat ik níet heb gezien:de bibliotheken; helaas zijn ze vandaag en morgen gesloten! Ik had nl. graag hier ook wat kaarten gezien zoals ik die in Tarim, Jemen, ook heb mogen bekijken. ( zie: Kaarten Tarim ) Wat schetst echter mijn verbazing: er zijn wél mensen binnen geweest, weliswaar onder de mantel van een groep Italianen, maar... tóch! Er waren inderdaad oude kaarten! Z'n gids had zich wat actiever geďnformeerd, met dit resultaat! Bálen dus, péch gehad, komt niet weer terug, dus: Boek gesloten!

's Avonds nog geďnternet vanuit Timboektoe: ook iets bijzonders, maar het ging, en nog zelfs sneller dan vanuit de plaatsen!

 

Er wordt hier op een tamelijk agressieve manier achter je aangelopen met souvenirs: het komt me de strot uit, gallisch wordt ik er van! Ik vind het dan ook prima dat we morgenvroeg vertrekken.

Toch koop ik een souvenir: een soort "zilveren" bijl waar men de zoutblokken mee kliefde. Die lui hier weten ook al precies waar het bij ons geschikt voor zou zijn: "Trés bien pour couper la glace!" (goed om een ijsblok mee kapot te hakken!). Maar goed: niet oud, wel origineel! 

Op de markt zie ik ineens een vrouwtje dat zout maar ook stenen werktuigen verkoopt, gevonden ver in de woestijn: dát is héél origineel en dat past me dus prima: een kleine vuistbijl!

 

Zondag 18 jan.

'n Lange reisdag naar Sevaré. Om de eerste "bac"(pont) over de Niger te halen staan we om half vijf op. Om zes uur zou de eerste gaan maar de kapitein slaapt w.s. nog maar om goed half zeven varen we toch. 'n Tochtje van drie kwartier over de Niger wordt 't, onze vier auto's kunnen net op de bac. De zon komt prachtig op met nogal wat wolken, 'n bijzonder gezicht. Hoewel geheel tegen de regels, hadden we vannacht wat onweer en regen, nu ook weer en ook later nog es: goed tegen 't stof!

 

Onderweg naar Djenné doen we nog de markt van Douentza aan, gelegen op een kruispunt van wegen en van heinde en verre komt men dan ook om te kopen en te verkopen. 'n Bijzonder kleurrijk schouwspel weer!

Wanneer je zo'n goeie veertien dagen met elkaar opgetrokken hebt wil er wel eens iets springen. Zo ook nu in Sevaré 'n kleine explosie: iemand meent dat hij en z'n vrouw wat te kort zijn gedaan bij de indeling in de auto's door Baobab (lees: Bernadette). En anderen zouden altijd alles voor elkaar krijgen! Bernadette voelt zich diep gegriefd en onderuit gehaald: terecht: ze doet ook werkelijk alles voor de groep, verzorgt alles tot in de puntjes en het is dan ook begrijpelijk dat ze er van "over de rooie" is en zich al helemaal wil distantiëren van het gekrakeel dat ontbrandt tussen de echtelieden. Het is jammer dat zoiets gebeurt in de groep en hoewel het later wel wordt bijgepraat, toch vergeet men zoiets niet! Jammer en dat om zo'n knullige affaire!

 

Djenné

 

 

 

 

 

            

Djenné Dia's

 

 

 

 

Zondag 19 jan.

Naar Djenné met z'n hoogtepunt in leemarchitectuur: de Grote Moskee! Als 's middags aankomen is er markt op het plein voor de moskee; van heinde en ver komen kleurrijke mensen van verschillende volken toegestroomd. 

Het is echter ook bijzonder warm en daar zal ik kennis mee maken! Op het terras van het campement onder het afdak valt het nog wel mee maar wanneer ik even op de bagage moet wachten in de zon is het gedaan: beroerd, zweet gutst langs me heen, snot loopt uit m'n neus, braakneigingen, maar ik bereik nu de koele kamer en kom weer bij op bed, neem wel ORS maar de ingewanden waren al verstoord: de hele middag blijf ik lamlendig! 

Aan het eind van  de middag loop ik nog even naar de markt en bewonder de Grote Moskee: het is inderdaad een imposant bouwwerk met hoge minaretten en dat allemaal van leem!

Morgen vertrekken we pas om tien uur dus nu graag rusten en morgen in 't ochtendlicht misschien weer volop genieten.

Van een groep Amerikanen horen we dat een man uit hun groep ingestort is (o.a. ook door de hitte) en uiteindelijk, misschien ook door zwakte, diezelfde dag is overleden: dat zet je dan wel even aan het denken!

Dinsdag, 20 jan.

's Morgens is er nog alle tijd om in Djenné rond te kijken. Ik voel me een stuk beter, in de stad is het een stuk koeler en rustiger. Het licht valt nu inderdaad mooi op de moskee. Ook loop ik wat de straten en kom tot de conclusie dat het maar een vuile onhygiënische bedoening: vanzelfsprekend is er niets verhard dus stoffig, er zijn overal open riolen met stank en vliegen. Aan de rivier zie ik enkele vrouwen de vaat doen maar dat lukt niet erg vóór ze het afval wat terzijde geschoven hebben! Het geheel staat onder hoge bescherming van de Unesco en dat houdt o.m. in dat er  niets veranderd mag worden, zelfs niet het riool!

 

Er zijn hier veel koranscholen: veel de jongens er echter niet; vnl. koranverzen opdreunen en overschrijven op plankjes: in 't Arabisch, een voor hen volstrekt onbekende taal, maar het is nu eenmaal de taal van de Heilige Koran! 

 

Bij het vertrek doen we nog het huis van Ton van der Lee aan, een Nederlandse cineast en schrijver van de boeken Solitaire en Zandkasteel. Dit laatste verhaalt van het huis dat hij hier aan de Bani heeft gebouwd. Inderdaad ligt het er prachtig, met wids uitzicht over de rivier. Hij is er nu niet maar kwam gisteren in het campement nog even zijn neus laten zien en als we ons even bij de oppasser meldden mochten we wel even op z'n domein rondkijken, vanaf het dak met het prachtige uitzicht.

 

Dan weer de pont op, over de Bani, richting Ségou. Bij de pont kent men geen veerstoep; met 'n beetje geluk rijdt men zó vanaf het strand de pont op en met wat minder geluk (zoals ons tweede busje) komt men muurvast te zitten in het zand: de touwen liggen echter klaar, vastmaken en met veel mankracht van de andere passagiers klimt hij de bac op met een show van wonder en geweld zodat hij bijna aan de andere kant er weer af schiet!

 

Verder naar:  Mali deel 5

 

Zie ook:  Dia's Timboektoe

 

Zie ook:  Dia's Djenné

 

Terug naar:   Mali deel 3

 

Terug naar:  Mali Menu

 

Terug naar:  Inhoud Reisbelevenissen